edwin-linders

De Indo, Indische Nederlander, een vreemde eend in iedere bijt,
Levert strijd en ondertussen raakt z’n land kwijt.
Maar dat land was dan ook nooit van hem, het was geleende grond…
waar hij slechts met één been op stond.
Als het kind van de blanke kolonisator,
was de Indo bij voorbaat een verrader
in de ogen van ibu Indonesia,
vaak minderwaardig behandeld door die Belanda.
Dus ja, iedereen die vocht voor en stond aan de kant van de vijand,
Die wás ook de vijand, dus niet langer gewenst in het land.
Ook al was je daar geboren en lagen daar je Indische roots,
Indië was niet meer, het was verdwenen voorgoed…
Indonesië greep vastberaden naar haar zelfstandigheid en vrijheid,
Geholpen door de Jap, was het na de oorlog tijd
voor een puur Aziatische wind.
Van de rekening, werd de Indo het kind.

De ene oorlog, WO2, niet de minste, eindelijk voorbij,
Mannen na jaren terug uit Jappenkampen, ja voor even was men vrij.
Maar de vrede was slechts van korte duur.
Een nieuwe oorlog kwam eraan, ditmaal met Indonesisch vuur.
Het uur van de waarheid aangebroken,
Overal werd je op je afkomst aangesproken,
afgerekend, mishandeld, vermoord, sommigen zelfs onthoofd.
Maar in het zogenaamde vaderland amper geloofd.
Rood wit en blauw voor wie je trouw bijna 5 jaar had gestreden
en geleden, sloot haar ogen voor wat de Indonesiërs met je deden.
Want Nederland was overtuigd: “Ja, die Indo’s horen daar,
Laat ze liever niet komen, ze vormen vast een gevaar.
We zijn zelf nog in opbouw, dus we kunnen ze niet gebruiken,
Laat ze blijven in de Oost en daar naar die vreemde geuren ruiken.
Daar is waar ze thuishoren, ze passen beter in de tropen.
Maar als ze toch willen komen storen, moeten ze hun eigen overtocht maar kopen…”
Tegelijkertijd was Indonesië het zat, beu en ontevreden.
Dus voor hen was het duidelijk en dit was de reden:
“Weg met die Belanda’s, Indo’s en Molukkers, die horen niet bij mij!
Ze stonden al die jaren tegenover ons, zij-aan-zij.”
Genoeg van de koloniale onderdrukking, keerden ze zelf het tij.
Ondanks “politionele acties” werd Indonesia vrij.

Ongelijk kun je ze niet geven, maar je staat met lege handen
als kind van beide kanten, hoor je bij beide en tegelijk bij geen van beide landen…
Tussen wal en schip, kiezen tussen twee slechten,
Wat je ook doet, met beide kanten moet je vechten.
Indonesia wil je niet en dat is heel goed te merken,
Je verliest je positie en mag nu hooguit voor hén werken.
En Nederland doet net of het je niet kent,
tenzij je aan kunt tonen dat je grotendeels blank bent.
Erkend door je blanke voorvader? Nou dan mocht je in je handen wrijven
Want een Indo zónder die papieren moest gewoon blijven.

Maar Indonesia wilde ons net zo min; niet langer te vertrouwen.
Tja wat wil je, “Dan wit, dan bruin, lho, moeilijk toch die Blauwen.”
Uiteindelijk gaf Soekarno ons de keuze, om voor altijd te beslissen ya,
“Wil je echt horen bij die Belanda’s, of kies je voor ibu Indonesia?”
Lastig, moeilijk, welke kant wil je op?
Kiezen voor de kou, of hangen in een strop?
Ja de keuze lijkt zo simpel, maar het was gecompliceerd,
Niemand was meer te vertrouwen, dat had de Indo wel geleerd.
Al met al hebben velen voor Nederland ‘gekozen’
en nooit meer teruggekeken, de foto albums bleven in dozen.

Ook al voel je je daar thuis, heb je er geen woorden voor behalve ‘senang’
In Holland staat je huis, ook al ben je er maar een ‘katjang’.
Onze grootouders hebben gekozen, voor ons welzijn en geluk,
want in tanah air kita ging al het Indische stuk.
Al met al denk ik: “Al, het heeft zo moeten zijn.”
En op een dag als vandaag vind ik het reuze fijn,
Dat we een volk zijn van volharders, strijders met kracht,
Een mix van blanke ondernemingszin en Oosterse rust en pracht,
Rust zacht, iedereen die is heengegaan
Maar weet dat jullie voortleven zolang wij bestaan!

Want ook al is er weinig eenheid, we zijn er nog steeds,
Pukul terus, satu bangsa, vier het leven, ‘t is een feest!

© Edwiño do Sinyo ~ Edwin Linders (15 augustus 2013)



op Twitter


op Facebook


op Google+